“Kijk Japie, daar heb je Harms”, en inderdaad daar kwam Harms al aangesneld op zijn ligfiets. “Môgge mannen, tijd voor een bakkie troost denk ik .“ Kijk dat was Harms eerst denkend aan zijn inwendig genoegens, pas daarna oog voor de vrienden. De negatieve gedachten zette hij meteen aan de kant. Vrienden, daar was hij en al dat negatieve gedenk? Nee, dat is, had hij ooit ergens gelezen, is een keuze. Gewoon knop om, beter voor beter voor je omgeving, beter voor jezelf. Blijf je daarin hangen, wel dan wordt het alleen maar erger.
Het duurde dan ook niet lang of gedrieën zaten te heren aan de bruinebonensap van Schele Japie. De hele gelagkamer was doordrongen van de voortreffelijk geurende brouwsels die Schele Japie altijd weer op wonderlijke wijze kon laten weg pruttelen. “ Maar Harms, jij bent er vroeg bij om ons te bezoeken. En je ziet er warempel stuk beter uit dan een paar weekjes terug, hoor! “
Harms kon de waardering in zijn pocket steken en hij genoot zichtbaar van de vriendschap. “De wereld is zo slecht nog niet Wapse, weet je. Een paar daagjes weg met de sleurhut, man wat lekker, al was het weer niet om er weer over te schrijven. Maar goed, sta ik daar op een plek met een beestachtig voorkomen van kalveren, blaat ik toch schaapachtig tussen de buien door naar mijn medemensen. Er is er bijna geen één die niet sjokt, kreupelt, hinkt, krom loopt, of wat dan ook. Nou, ik zag dat mijn gemeente zich bezighield met knarrenhofjes of zo, hoeft niet, neem een camping voor de ouwe lieden en voilà. En zo kan de gemeente er ook nog met hun toeristenbelasting mooi geld aan verdienen. Mijn gratis advies erbij is om campers groter dan 5 meter iets extra te laten betalen per nacht en de kas van onze club groeit gewoon lekker aan.
Maar, mannen, geloof het of niet, er was er ééntje die in een mini tentje aan het kampementen was. Enfin jullie snappen daar moest Harms wel het zijne van weten”.
Even liet Harms een stilte vallen. En ach natuurlijk was de nieuwsgierige Wapse meteen weer aan het woord. “Kom Harms, vertel. “
“Jongens, effe rustig. Ik moet juist rust inbouwen. Zo’n verhaal kost ook mij tegenwoordig energie”.
“Ja maar, Harms je bent nu toch al een paar weken terug uit het ziekenhuis, je bent toch beter?”
Een bijna traan zou bijna over de afgedankte grijs en kalende kop van Harms zijn gerold.
Ach, dacht Harms, wijsneus Wapse…
“Nee, mannen. Natuurlijk Wapse, natuurlijk wilde ik wel kennis maken met een hele echte kampeerder. Alles op de rug, geen poespas, leuk tentje.

(Dat hele kleine tentje achter de schommel)
Maar ’t was een Engelsman mensen, enfin met mijn aangeboren gaven om in vreemde klanken het woord te voeren, lukte het om een alleraardigst gesprek aan te knopen. ’s Avonds kwam hij op de koffie, puur en zonder enige opsmuk, en het werd bere gezellig. Wij begrepen elkaar, hij mijn tentjes bewonderend, wij bleken dezelfde pantoffels te dragen, hij gek van de sokken van mijn ega, hij hetzelfde kleine brandertje en gelijksoortige matras en slaapzak (dons) enfin ik gaf hem, volleerd kampeerder uit de west zeg maar, een wonderlijk cadeautje.

Had hij nooit gezien, en hij was dolgelukkig. “ Dankbaar. Elegant, voorkomend en dat voor een Engelsman, Harms?”
“Ja hoor Japie, ik heb ze zelf ook in de familie hoor, beschaafd, etc. Net wat je zei.
’s Morgens nam hij afscheid. Hij liep verder richting Nijkerk, van Berlijn naar Hoek van Holland. Een kleine 700 km. En een tevreden mens die dankbaar was voor de ontmoeting. Als kampeervrienden wensten wij elkaar het goede.
En Japie, doe jij nu maar wat van het goede van Friese grond man.”
’t Werd stil in de gelagkamer. De borrelglaasjes twinkelden. De mannen genoten van de stilte en het zilte nat. Harms gedachten waren bij John de Tucker, man van eenvoud en geluk. Gelukkig, er zijn nog veel goede gasten die sjokken over de aardkloot. Even lichtten Harms ogen op. Zelfs schele Japie kon zich niet aan de indruk onttrekken. Zag hij een heimwee traantje bij Harms?
Snel vulde hij Harms glas bij. Wapse keek even naar Japie. Een dikke knipoog. Je zag hem denken: Harms, sentimentele baas met hart van …
Ineens stond Harms op. Mannen, ik heb verrekte veel respect voor mijn vriend John de Tucker, wat een wandelaar.
“Proost”.
Daarna ging hij weer zitten. De proost was uitgebracht op John.
Het werd stil. Vergenoegd lurkten de mannen aan een heel klein glaasje BB. Waar eens mens al niet blij van kan worden.
Nunspeet, 16/5/26