De beslommeringen van een ligfietsende levensgenieter

Maand: februari 2025

Een gewapende Harms

“Ha Japie! “Verbaasd loenst Schele Japie over de tapkast naar de binnenkomende Harms. “t Jonge, Harms, jij hier? En al zo vroeg? Je ziet er best uit Harms. Het lijkt erop dat je gewoon zelfs vrolijk bent.” Even schoot een klein scheutje pijn door Harms zijn lendenen. Harms vermande zich. Het was niet de negatieve annotatie. Ergens van binnen klopte het niet helemaal,  maar daar wilde hij vandaag niet bij stilstaan.

“Ja Japie, het was best. Gewapend was ik vandaag. Met goed humeur en zoals de Belgen zeggen een beste goesting ben ik aan de wandel geweest met  een wapenrusting van belangstelling vol energie en interesse. Man, ik scheer misschien langs de waarheid van mijn gevoelens, maar vandaag heb ik gewapend voor de veldtocht in het veld der gewapenden gewandeld. Ontwapenend hoe mooi het landelijk gebied in en rond  Wapenveld was. Wandelen met een aldaar geboren en getogen sterveling op aarde, nu bewapend met een goed humeur en veel verhalen over zijn aldaar doorgebrachte jeugd. Japie, het was voor mij of de deurtjes naar mijn jeugd werden opgetrokken. Ik kon er zo instappen. En het verveelde niet. Eigenlijk was mij de wandeling gewoon tekort. Kortom Japie, heb jij een sapje van het huis? Eh, ik bedoel wel dat aftreksel van bruine boontjes natuurlijk.”

Japie keek verbouwereerd  naar zijn grijzende vriend Harms. “Ach Harms, hoe was het ook al weer, “geef die oude kale grijze behaarde bejaarde een borrel van moeder aarde?” Ja Japie zoiets, ’t was een oud collega die mij met mijn grijze kalende leeftijd moest confronteren. Maar ik kon het wel waarderen. Hij gaf mij toen een hele echte grote fles Berenburger. En dat Japie, is nu eenmaal niet te versmaden. “ Oh, Harms, wil jij soms dan een BB’tje? “ “Neen Japie, de medicus vindt  dat voor mij niet verantwoord. Gewoon een sapje van de bruine bonen is voor mij ook een traktatie. En pas op hoor, ik betaal wel mijn eigen vertering. Wil niet op de zak van een ander teren.” “Nou Harms, deze is voor jou van mij, hoor. Ik ben zo blij je te zien. En ook fijn dat je weer goed in je vel steekt. Was die wandeling daar in het veld met de wapenen zo mooi?” Japie, man, die Friese Wouden? Je weet, ik voel het in mijn genen. Er gaat niks boven Groningen zei ooit een VVD-er, nou die lui vertrouw ik eerlijk gezegd met hun praatjes niet. Nu pas is tot mij doorgedrongen dat hij bedoelde  “die spekken de staatskas….” Even vertrok Japie zijn gezicht. “Nou nou Harms, zover heb ik het nooit gedacht.” “Japie, kerel, je weet, wijsheid komt met de jaren, maar vanmiddag had ik even een bevlieging. Ineens kreeg ik het door. Deze week was er weer een beving van moeder aarde. Hier gelukkig niet.  De omgeving van Wapenveld is fantastisch. Het land, waar de boeren misschien niet meer onder de wapenen kwamen ook, terwijl er best in het landschap veel veranderd is in de loop der tijden als gevolg der getijden (althans volgens mijn zegsman en die scheert niet langs de werkelijkheid van het bestaan) dat kan ik hier wel verklaren.  Maar ineens bedacht ik mij: er gaat best wel wat boven Groningen, naast de Friese Wouden ook de Veluwe, maar dit landschap met op de achtergrond de IJssel, en toen ineens ”ah geldkraan versus gaskraan.”  Het werd mij duidelijk.

Enfin, fantastisch gewandeld. Er scheerden een paar keer prachtige buizerds langs ons heen en mijn medewandelaar, geboren en getogen in het veld der gewapenden, nou ja Wapenveld dus, was opgetogen in en over zijn eigen geboortestreek. De streken die hij in zijn jeugd heeft uitgehaald zal ik niet verhalen. Maar zelfs een paar lekkere bakken koffie en bijna geen gevoel dat we toch behoorlijk hebben gesjokkerd geeft een kik voor deze dag.  “ 

”t Jonge Harms, wat fijn als je zo kunt sjokkeren over ‘ s Heeren wegen” .  ” ” Weet je Harms, ik kijk nu al uit naar het verhaal over jouw jeugd. Ook jij hebt vast veel te verhalen over de schelmenstreken die jij hebt uitgehaald in en op je geboortegrond.” “Ha ha Japie, bekijk het maar. Ik ga dat mooi niet doen. Dan brand de buinebonensap van jou nog aan. Wie weet misschien wel van chagrijnigheid. Nee Japie, als ik met hem langs de boorden van mijn geboortegrond scheer, houd ik dat mooi achter de kiezen. En vuurwatertje bij mij gaat ook niet  meer lukken . Weet je Japie, je moet Wapse eens uithoren. Die lijkt mij tot vele schelmenstreken, ik geef toe,  het is een archaïsch woord, maar jij begrijpt dat wel, in staat te zijn geweest. Laat deze oude kale behaarde bejaarde je nog gelukkig maken met een foto van een door hem met name genoemde boerderij.

“Kom Japie, we nemen er nog eentje, en als het aan mij ligt kom ik zeker spoedig terug. Want eerlijk is eerlijk deze locatie van jouw Japie, De Gulle Gaper, geeft immer  inspiratie en ook is deze historische plek wat mooier dan een modern café restaurant in het land van de ontwapende Wapenvelders. Al moet ik hun biertjes (niet hardop zeggen) toch wel eens gaan proeven. En ze hebben er nog meer van ook zag ik op de kaart. Niet vergeten:”proost op de wandeling”.

Want weet wel dat de weldoener op mijn reis door het mooie landschap wel gezorgd heeft voor “een rijke geest”.

Snel langs een oud(e)collega.


“Dag Harms, wat zit je toch weer te piekeren? Neem maar eens een lekker bruin bonensapje van het huis. Oh ja, ik zorg dat er een beetje melk en twee zoetjes in komen.” Verwonderd en met dankbare blik keek Harms naar zijn vriend, kastelein schele Japie. ’t Mocht wat, dacht Harms, ’t mocht wat, de eenvoudigen der aarde….Bijna verzonk Harms in gedachten die boven zijn grijze delen uitkwamen. Het gesprek met zijn oud en oude collega was hem niet in de koude kleren gaan zitten. “Doornspijk zelfstandig”. ’t Was te mooi om waar te zijn. Snel was hij daarna vertrokken. Wat ging er allemaal in hem om? ’t Was een goed gesprek geweest. Niet snel afgeraffeld, inhoudelijk, meegaand en misschien zelfs wel vriendelijk. Geen kwaadsprekerij, gewoon fijn inhoudelijk en warm. Gedachten kieperden door Harms hoofd. Of hij er met zijn hoofd niet bij kon. Doornspijk en café van Beek of kroeg(?), maar nooit te schielijk. En nu was Harms in de kroeg, nee zo had hij dat niet geleerd. En als hij dan vroeger in de kroeg kwam, dan was het om de centen, stuivers en dubbeltjes om aan de “kroegbaas” te overhandigen. Centjes moeizaam bijeen gesprokkeld uit de busjes van de zending. Ach heden, dat was net wat voor Harms, hij met zijn magere armpjes kon nog prima dat geld uit de busjes krabbelen. En dan mocht hij van pa, kennelijk beheerder van die potjes voor de zending, ze naar de “kroegbaas” brengen. Omwisselen. Een beek aan geld? Harms wist het niet meer. Hij schudde zijn grijze -en spaarzame- manen, kroelde in zijn bijna witte baard, maar nee, hij had daar geen actieve herinneringen meer aan. Als klein jochie naar de “kroeg” ach heden, en ja daar zaten wel bekende mensen van het dorp. Lagers en Bengelen, enfin, zomaar wat namen schoten hem door het hoofd en helemaal zuiver op de graad was Harms, met namen niet meer.


Inmiddels had Japie al zijn heerlijke potje bruinenbonensap aan Harms geoffreerd. Maar Harms was ergens diep weg met zijn gevoelens en gedachten. ’t Ging zo snel. En laat de vrouw van die man nu net zo heten als zijn eigen vrouw. Met roep en doopnaam! Harms had er schik van gekregen. En van dat kleine dorp op de Veluwe, neen, loskomen ervan dat deed Harms niet.

Als volleerd gastheer had Japie al lang door dat Harms “effe weg was”. Japie, ja die voelde wel aan dat Harms zo maar ineens diep melancholisch de wrede gedachten van het verleden kon omzetten in dankbare mijmeringen. En Japie zag dat het met Harms wel goed was.

Terwijl Harms van zijn voortreffelijke sapje zat te genieten, het zonnetje zo waar zelfs de gelagkamer verlichtte, stiefelde Japie toch maar eens naar zijn beste vriend. “Nou Harms, ik ben best blij dat jij er bent man. In de Friese Wouden kan het soms zo eenzaam en stilletjes zijn. Die brulapen uit het Westen Harms, die hebben altijd zoveel drukte in de zomer, lawaai en opschepperigheid. Maar bij jou Harms , voel ik de rust en tevredenheid van de stilte van de Friese wouden eigenlijk spreekwoordelijk over mij komen. Dus ik ben gewoon blij dat jij er bent.” “ Maar Japie, wat zeg je nu? Ik ben altijd weer dankbaar dat ik van de rust en de eenvoud Japie, de eenvoud van het Friese Woudlopersgilde, mag genieten. Het zit bij mij in de genen. En daar schaam ik mij niks voor. En bij jou Japie , vind ik het eigenlijk altijd wel gewoon een verademing ook al woon ik tegenwoordig op een mooi stekkie hoor, aan de boorden van het Veluwe land.

Wolf

Alleen die verhipte doodlopers. Die smerige vreters en aasgieren…” ”Wat bedoel jij nu Harms?” “ Wel Japie, die wolven. t’ Wordt steeds gekker. Ik liep zaterdag nog door het bos. Hier liep ik gelukkig niet snel. Maar ineens vloog een knaap van een beest over het bospad. Kijk Japie, ik heb zelf een paar foto’s kunnen maken van de pootafdruk.

Japie, ik schrok mij bijna uit mijn wandelschoenen en greep onmiddellijk mijn behoorlijk grote zakmes. Maar voordat ik goed en wel bekomen was van de schrik was die alweer uit mijn blikveld. Echt man, ik krijg het er koud van als ik denk wat zo’n beest je kan aandoen. En die kwaliteitsbewakers van een gekooide “ambtenaartjes en milieufreaks” ? Ach, laat ik ophouden. Ze hebben, arme schapen dat ze zijn, zelf geen beest. Maar ’ t zal je maar gebeuren als je schaapjes doodgebeten en verscheurd worden”.

Verschrikt keek Japie Harms aan. “Zo, die heb je wel zitten geloof ik? Maar goed dat Wapse er niet is want je zou hem kunnen aanvliegen, Harms, bedaar man”. “Ja ja, jullie Friezen. Ach Japie, zelf heb ik wel eens gedacht “die zijn stapelgek” willen heel Friesland gaan afrasteren. Maar man, ’t is waar, op de Veluwe is het echt veel te gek aan het worden. In Overijssel, Groningen nu ook al en Drenthe precies zo. Er is maar een remedie Japie, afknallen die hap. Zo, en weet je laten we het maar op zijn Fries doen vandaag, neem jij van mij een BB’tje (nee, niet met drie B’s, die bakken er ook helemaal niks van) en dan moeten we maar denken: laat de boeren maar dorsen. Ja Japie, ik moet er wel een beetje om lachen, die suffertjes achter de groene burelen hebben geen idee, er zijn blijkbaar al 20 van die beesten zoek. Nou ik denk dat ik wel weet hoe de vork in de steel zit. ’t Zou mij niet verbazen als de opstand van ons volk voor deze keer een eigenrichting (waar ik over het algemeen niet zoveel mee heb, maar goed dat weet je wel) is ingeslagen. En ik denk dat dat terecht is.”

Sprookjes.
“ Ja Harms, er is een groep die denkt dat het verhaal over Roodkapje en de grote boze wolf een sprookje is. Ik geloof niet in sprookjes. Maar misschien kun je wat met de vachtjes, Harms?”
Japie en Harms keken elkaar aan. En hoewel Japie er een paar meter naast zat met het kijken, beide mannen grinnikten. “Sprookjes ja ja, ach wolven, lieve diertjes Japie, ze doen geen vlieg kwaad. En over die vachtjes Japie, zal ik je nog wel eens onderhouden.”


Nunspeet, 4 februari 2025

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema door Anders Norén