“Dag Japie”. “Ha die Harms, mooi dat jij aan komt wippen in de Gulle Gaper. Koffie?”
Een brede grijns over de verweerde snuit van Harms was zijn deel. Natuurlijk, Harms zonder koffie is zoiets als een tv zonder beeld. Beeldig misschien, maar voordat je het weet is dat een partijtje chagrijn waar je niet goed van wordt. Enfin, de koffie van Japie was zoals van ouds, voortreffelijk en in de stilte van de Friese Wouden werd er dankbaar gelurkt aan de dampende bak.
“En Harms, nog wat bijzonderheden? “ Kijk, bij Japie noemen we dat niet nieuwsgierig, maar meelevend. Ach en Japie en Harms, ze kennen elkaar nu inmiddels al jaren. Zijn vriend Japie is van een soort zwijgend genot onder de spreekwoordelijke bruinebonensap.
“Nou Japie, da’s te zeggen. Ik zou zeggen Japie, het leven van deze pelgrim ontvouwt zich amechtig tot een boekwerk met vele pagina’s. De gedachten vliegen, net als de tijd door het universum van mijn hersenen. Bijna gaat de pan borrelen Japie. Op deze levensreis wil ik je dit wel melden: de aansluiting op de televisie van mijn hoorapparaten Japie is eindelijk gelukt. Gisteren had ik een nieuwe tv gekocht. En expert(s) of niet, er viel nog behoorlijk wat te digitaal donderjagen zal ik maar zeggen. Man man, wat een zoektocht was het door de woestijn van het digitale leven. Voor jonkies zal dit wel super dom klinken, wij, mensjes op deze aardkloot van zeg maar de “ouwere generatie” raken vanzelf gedegenereerd.”
“Ho, Harms, niet van die deftige kreten gebruiken hoor, ik snap je bijna niet meer”.
Even blikte Harms in het oneindige blikveld van zijn vriend de kastelein. “Welnu Japie, ik beperk mij (is een opgave dat weet in inmiddels wel) maar na een gruwelijke investering in kabels en omvormers werd ik ook nog eens gezegend. Dat zou je bijna vergeten tijdens het instellen van zo’n nieuwe verrekijkerssysteem Japie, maar echt, ik kreeg zowaar van een Expert(medewerker) een zwikkie kabeltjes en snoertjes cadeau. Kom daar nog maar eens om. Ik weet het, ik had die TV bij een bollende firma of zo kunnen kopen, en vermoedelijk voor een paar tientjes minder, maar de plaatselijke middenstand staat bij mij ook op plaats één. Enfin, die verkoper Japie, heeft mij voor nop een paar extra kabeltjes en dingetjes toegestopt als manna in de woestijn. Het is mij mede daardoor nota bene echt gelukt om mij hiermee digitaal te verbinden met het netwerk van gehoorgestoorde (dat bijvoeglijk naamwoord moet er wel bij natuurlijk) mensen. Enfin, ik troost mij dat ik thans volop kan genieten van de wonderlijke aaneenrijging van noten en klanken die door deze oorversterkers werken als de spreekwoordelijke hartversterker van Boomsma of Sonnema Beerenburger.”
“Kijk Harms, dat is nu eens taal die in begrijp”.
“Wel is het helaas nog steeds zo dat op of via de beeldbuis een wonderlijk mensenstemgeluid van een vrouw waarneembaar is. Permanent, als, ik zou bijna zeggen, als een echte vrouw, maar dit zal wel een AI’tje zijn, die ons permanent van commentaar voorziet. Onze digitale worsteling Japie, van mijn lieve vrouw en van mij, is een worsteling zoals Jacob bij de Jabbok.
“Oh Harms, maar niet opgeven man, want ik meen dat er staat” “ik laat niet los tenzij Gij mij zegent” of zo was het toch?”
“Zeker man, als ik dat mens heb verwijderd zal ik een gezegende zijn. Dat klopt. En ik heb er alle vertrouwen in dat mede door de ondersteuning van You Tube en niet te vergeten mijn dus onvergeten en onvolprezen-ja ja daar mag best wel een flinke schep bovenop- vrouw en echtgenote het zal lukken om dat mens in de hoek van de eeuwige stilte te doen verdwijnen. Zo’n plekje gun ik haar van harte, Japie. Of te wel: kop dicht, of nog wat groffer: “bekhouwen…”
“Doe nog maar een bakkie troost man met een watertje. Al het water van de digitale Jordaan kan mijn hoop op de stille toekomst voorlopig nog niet afwassen.”
Het werd stil in de Gulle Gaper. In de verte kwam Wapse aangekart.
“ Ha, die piest dan mooi naast dit verhalenpotje Harms”, zei Japie.
En zo is het.
Nunspeet, 28/3/25
Geef een reactie